De Twentse Sagen

Updated: Mar 2

Voor het tijdschrift 'Twentelife' maakte ik een fotoreportage over de Twentse Sagen. De Twentse sagen zijn in mijn beleving een soort cultureel erfgoed die de regio zijn eigen unieke identiteit heeft gegeven. Ook tegenwoordig maak je nog altijd kans om op een mistige ochtend op het Twenste platteland de mystiek van deze oude verhalen te 'voelen'.



Old Minneke

Diep in de bossen bij de Holterberg woonde een heks. In een zandkuil bij het Numendal om precies te zijn. De heks, genaamd Old Minneke was berucht in de omliggende buurtschappen en boerderijen. Men beweerde dat Old Minneke zeer gesteld was op boerenzonen en deze naar haar heksenkuil lokte met goudstukken. Gait was zo’n boerenzoon. Op een zekere dag liep Gait door het bos bij de Holterberg en kwam hij een beeldschone meid tegen, genaamd Golida. Golida was van goede komaf; Haar ouders behoorden tot de rijkste boeren van de omgeving. Zoals in die tijd gebruikelijk was, was de vader van Golida erg beschermend voor zijn dochter. Toen Gait haar naar huis wilde brengen, riep Golida’s vader hem toe dat hij eerst een kruiwagen goud mee moest nemen, wilde hij zijn dochter ooit weer kunnen zien. Gait had geen cent te makken, maar herinnerde zich het verhaal van de heks. Vol van twijfel trok Gait diep het bos in, op zoek naar het Numendal. De heks verscheen en Gait verkocht zijn ziel in ruil voor goudstukken, een kruiwagen vol. Eindelijk zou hij door Golida’s vader geaccepteerd worden, en het duurde niet lang voordat Gait met Golida trouwde. Nog altijd had Old Minneke bezit over Gait. De afspraak luidde dat hij iedere woensdag een bezoekje aan de heksenkuil moest brengen. Gait was allang niet meer zichzelf en Golida zag hem steeds verder wegkwijnen. Op een zekere dag bedacht Golida dat ze voor eens en altijd de heks een lesje zou leren; Ze verkleedde zich als man en vertrok naar het bos, richting het Numendal. Toen Old Minneke haar had gezien, rende Golida zo hard als ze kon het bos uit, richting de IJssel. Dit was het gebied van een andere legendarische figuur, bijgenaamd de Wilgenman. De Wilgenman was de enige die Old Minneke kon verslaan, zolang de heks op zijn eigen territorium bevond. Voordat Old Minneke er erg in had, werd ze gegrepen door de Wilgenman en smeet hij haar de IJssel in. Er werd nooit meer iets van Old Minneke vernomen.



Huttenkloas

De sage die eigenlijk geen sage is. Klaas Annink, ook wel Huttenkloas was een berucht crimineel die woonde in een eenvoudige hut op het platteland nabij Bentelo. Klaas verdiende zijn brood als loonwerker, maar liet het ook niet na om waar het kon, te stelen. Koopliederen die zich op de landweggetjes rondom Bentelo bevonden, waren als de dood voor Huttenkloas. Zo zouden twee slagers uit Delden die onderweg waren naar de veemarkt in Hengevelde op het erf van Klaas zijn beland. Toen Klaas hoorde dat ze van plan waren om kalveren te kopen en de passanten dus geld bij zich moesten hebben, haalde hij een bijl uit de stal om de heren een kopje kleiner te maken. Gelukkig roken de slagers onraad en maakten ze zich net op tijd uit de voeten. Zoveel geluk had Pompen-Herman niet. Pompen- Herman was een neef van Klaas’ vrouw en een bekende van de familie. Hij kwam geregeld op het erf een praatje maken en wist maar al te goed dat Klaas praktijken uitvoerde die niet door de beugel konden. Omdat Pompen-Herman wel eens zijn mond voorbij zou kunnen praten, werd het Klaas te heet onder de voeten en sloeg hij, met hulp van zijn zoon Jannes, de hersens van de nietsvermoedende Herman in met een bijl. Huttenkloas’ laatste slachtoffer was Willem Stint, een marskramer uit het Münsterland. Willem was op doorreis en zocht een plek om de nacht door te brengen. Klaas bood een slaapplek bij hem op het erf aan en in die nacht werd Willem in zijn slaap door Klaas en Jannes vermoord met de inmiddels gevreesde bijl.


Veroordeling Dankzij het speurwerk Willem Stint’s vader, kon Huttenkloas en zijn familie worden gearresteerd en gestraft. De straffen waren niet mals. In afwachting van zijn proces moest Klaas 110 dagen geketend op de dwangstoel zitten. Huttenkloas en zoon Jannes werden ter dood veroordeeld door op de galgenbult bij Oldenzaal levend te worden geradbraakt (het breken van alle botten met ijzeren staven) en vrouw Aarne zou met een koord worden gewurgd aan de wurgpaal. Jongste zoon Gerrit werd verbannen en letterlijk op de boot gezet.



De Witte Wieven

De Witte Wieven zijn wellicht de bekendste mythologische wezens die ons land rijk is. In Oost- en Noord Nederland bestaan veel verhalen over deze in het verleden alom gevreesde spookachtige gedaantes in hun witte gewaden. Iedere keer als je op een koude nevelige avond mistflarden over de velden ziet liggen, is dit een onheilspellende voorbode van de aanwezigheid van witte wieven. Lonneker In Twente zijn meerdere plekken waar in het verleden Witte Wieven zijn waargenomen, maar met name het buitengebied van het kerkdorp Lonneker kent een rijke geschiedenis waarin geregeld Witte Wieven voorkwamen. Zo was er een jongedame genaamd Elske die op een avond niet thuis kwam. Het gerucht klonk dat zij door de Witte Wieven gevangen zou zijn genomen. Tiemen, de vriend van de ontvoerde Elske redde haar door met behulp van een van taxustakken gemaakt kruis die hij op de hoogste heuvel van de Lonnekerberg plantte. Hij groef vervolgens in de grond zodat het zonlicht op de Witte Wieven in de onderwereld scheen die vervolgens op de vlucht sloegen. Tenslotte ziet Tiemen zijn geliefde Elske en brengt hij haar in veiligheid.





De Non van Singraven

Op het landgoed Singraven dwaalt volgens deze sage een spookachtige gedaante rond die de uiterlijke kenmerken van een non vertoont. De link met het verleden van het kasteel is snel gelegd; Voor enige tijd diende het kasteel als een klooster en werd het bewoond door nonnen. Één van deze nonnen kon het naar verluid goed vinden met de dorpelingen en ging geheel tegen de regels in, wel eens buurten in de plaatselijke kroeg. Dit was destijds natuurlijk volstrekt onacceptabel gedrag. Toen de andere nonnen hier lucht van kregen, werd de vrije non beschuldigd van onkuis gedrag en zou ze worden gestraft door Moeder Overste. Zoals je je kunt voorstellen waren de straffen in het klooster destijds niet mals. De Non werd levend ingemetseld in één van de muren van het kasteel. Iedere dag galmde het gejammer en gekrijs door de gangen van het kasteel. Op een dag waren de akelige geluiden verdwenen en werd het stil. De non was dood. Met vreselijke dood van de non begon de beheksing van het kasteel. Boven het water bij de watermolen en achter de vensters van het kasteel werden met regelmaat een spookachtige gedaante waargenomen. ’s Nachts hoorden bewoners van het kasteel vreemde geluiden die sterk op gejammer leken. Met name de mannelijke bewoners van het kasteel moesten het door de jaren heen ontgelden. In de 19e eeuw struikelde de toenmalige bewoner Udink over een olielamp en vatte hij vlam. Bedienden gooiden hem al brandend in de Dinkel, maar het mocht niet baten; later overleed Udink aan zijn brandwonden.





De Hellehond

In en om De Lutte kon het vroeger behoorlijk spoken. Er gingen verhalen rond over een mysterieuze, hond-achtige verschijning. Deze angstaanjagende hond was pikzwart, had grote spitse oren en werd af en toe gezien in de buurt van de Paasberg en het Duivendal. Ook kwam het voor dat de hond zich liet zien op het Lutters kerkhof. Dit bleek een onheilspellende voorbode van een aanstaand sterfgeval te zijn. De hond stond symbool voor onheil. Het verhaal luid dat er ooit een boer was die werd aangevallen door de Hellehond. Hij kon het gelukkig nog navertellen, maar een dag later werd de ongelukkige boer doodziek en zat hij onder de zweren en bulten. In Oud- Germaanse mythologie komt de Hellehond voor als metgezel van de God Wodan, de leider van het dodenleger. Of er vroeger in De Lutte ook geloofd werd in deze God is, is echter niet bekend. Midden in het dorp vind je tegenwoordig een bronzen beeld van de Hellehond. Ook is de Hellehond prominent afgebeeld op de dorpsvlag van De Lutte.


Tanfana

Tussen Oldenzaal en De Lutte ligt de Tankenberg, met 85 boven NAP het hoogste punt van Overijssel. Het gebied rondom deze stuwwal was voor de vroegere bewoners in de omliggende dorpen een heilige plek. Bovenop de Tankenberg vind je vandaag de dag de koepel van Tanfana. Tanfana was een Germaanse Godin en volgens sommige verhalen was ze tevens de leidster van de Witte Wieven. De geruchten gaan dat er bij de Tankenberg vroeger een Romeinse Tempel ter ere van Tanfana heeft gestaan, al is daar geen direct bewijs voor. Ook stond er een opmerkelijke grote zwerfkei die dienst zou hebben gedaan als offersteen. De Rooms- Katholieke Kerk in die tijd echter geen behoefte aan dergelijke heidense rituelen had, werd in 1642 op bevel van de Burgemeester van Oldenzaal de steen verplaatst van de Tankenberg naar het centrum van Oldenzaal, pal naast de Plechelmus Basiliek. De steen zou nog altijd over magische krachtvelden beschikken en degenen die hier gevoelig voor zijn, zouden de energie van de steen kunnen waarnemen als ze deze zouden aanraken. Een belangrijk ritueel dat Tanfana samen met haar volgers uitoefende, was het drinken van heilig water uit een gouden beker. Dit water zou van een nabijgelegen bron komen. Waar velen het verhaal als een mythe afdeden, stond men vreemd te kijken toen er in het grensplaatsje Duitse Uelsen een opmerkelijke archeologische vondst werd gedaan. In 1840 vond een boer genaamd Pamann tot zijn verbazing een 11,5 cm grote beker… van puur goud! Volgens archeologen dateert de beker uit 750-600 v.C. en is daarmee direct één van de belangrijkste archeologische vondsten in zijn categorie. Misschien is het verhaal van Tanfana niet eens zo fantastisch als het lijkt!




(c) Vincent Croce 2019

110 views

© 2020 Vincent Croce Photography