Reisfotografie

Op Winterreis in Oost -Noorwegen

Het bergachtige landschap in het Oosten van Noorwegen is merkwaardig genoeg geen hotspot als je het over winterse reisbestemmingen hebt. Met camera trok ik in Februari van dit jaar (2019) een week door dit verrassende en ruige gebied in het land dat eigenlijk nooit teleurstelt.

Toen ik een paar jaar geleden de korte film van Vincent Meunier zag, wist ik dat ik ooit naar deze streek in Noorwegen wilde gaan, mocht de kans zich ooit voordoen. Meunier is in mijn beleving een pionier op het gebied van de natuurfotografie en- film, nog voordat social media zijn intrede deed. Zijn werk onderscheid zich van de massa doordat hij naast technisch verfijnde shots grondig gebruik maakt van originele perspectieven, merkwaardige composities en dit op prachtige wijze weet te smeden tot een sfeervol meesterwerk. In opdracht van Visit Norway mocht ik met mijn eigen camera op zoek naar de hoofdrolspelers uit Meunier’s film: De Muskus Ossen.  

Het Oosten van Noorwegen is een walhalla voor de natuurliefhebber. Zo bevinden vrijwel aaneensluitend een aantal van de belangrijkste natuurgebieden zich allemaal in dit deel van het land. Bij een bezoek aan Oost- Noorwegen zijn uitstapjes naar de nasjonalparker Rondane, Jotunheimen, Dovre, Dovrefjell, en Breheimen daarom prima te combineren. Omdat ik mijn reis zo effectief mogelijk wilde invullen, Koos ik voor de vroegste vlucht van Schiphol naar Oslo zodat ik dezelfde dag met een omweg rustig naar de eerste plaats van overnachting kon rijden; Bij velen bekend als voormalige host van de Olympische winterspelen van 1994, Lillehammer.

Via Heddal naar Lillehammer

Op de belangrijke verbindingswegen in Noorwegen rijd je 90 op z’n snelst, maar vaker zijn de wegen voorzien van een 60 km p/u snelheidslimiet. Zeker iets om rekening mee te houden bij het plannen van de reis. Vanuit Oslo kun je binnen grofweg twee en een half uur rijden in het 190 km noordelijker gelegen Lillehammer zijn. Omdat ik nogal van de binnenwegen ben duurde mijn rit naar de wintersportplaats net even iets langer. Bovendien had ik twee plekken in gedachten die ik eerst nog wilde bezoeken, en deze lagen niet geheel op de route. De eerste plek was de grootste staafkerk van heel Noorwegen, de staafkerk van Heddal. Eigenlijk hebben alle staafkerken die ik tot nu toe gezien mij allemaal erg gefascineerd. Naast dat ze nagenoeg allemaal erg oud zijn (De Heddal staafkerk is gebouwd in de 13e eeuw), zien de meesten er uit alsof ze regelrecht uit een fantasiewereld komen. Wat me ook iedere keer weer opvalt is typische en doordringende geur van het hout (of is het misschien de vernis?). Kortom, het is het uurtje extra vanaf Oslo Gardermoen meer dan waard.  

De staafkerk van Heddal

Lillehammer is met een kleine 28.000 inwoners de hoofdstad van de provincie Oppland. De stad was in 1994 de host van de Olympische winterspelen en staat dan ook bekend als een echte wintersportplaats.  Omdat Lillehammer direct aan de belangrijke verbindingsweg (E6) van Oslo naar Trondheim en Narvik ligt, is het een logische tussenstop en uitvalsbasis als je van plan bent om verder naar het Noorden te reizen. 
Na een heerlijke entrecote bij het gezellige en informele Heim Gastropub, was het bedtijd. Ik verbleef in het Mølla hotel, één van de bekendere hotels van de stad. Het plan was om de volgende ochtend vroeg op te staan en de directe omgeving te verkennen.

Nordseter
De volgende ochtend reed ik in de ochtendschemer langs de olympische ski schans die imposant boven Lillehammer uittorent. De haarspeldbochtjes waren ondanks de nachtvorst prima te berijden. Ik had vooraf gezien dat deze weg leidde naar het plaatsje Nordseter, een nabij gelegen wintersportoord dat hoofdzakelijk bestond uit chique vakantiewoningen. Omdat dit een hoger gelegen plaatsje zou zijn, hoopte ik hier meer kans op een goeie zonsopkomst te hebben. Ik had niet direct een concreet plan voor een goede fotolocatie, maar liet me verrassen door hetgeen ik onderweg allemaal zou tegenkomen. Wauw… Wat was het hier mooi! Vooral toen het iets lichter werd kwam het besef dat de reis nu echt was begonnen. Het besneeuwde landschap voelde haast sprookjesachtig aan. Het was genieten deze ochtend.

Nordseter

Maihaugen
Als alles meezit als op een ochtend zoals deze, vliegt de tijd voorbij. Omdat de zon nu al wat hoger aan de stond, besloot ik weer terug te rijden naar het dal waarin Lillehammer zich bevind. Ik was erg benieuwd naar Maihaugen, het openluchtmuseum van Lillehammer waarin meer dan 200 traditionele bouwwerken uit verschillende periodes te bezichtigen zijn. Het overdekte gedeelte van het museum gaat tijdens het winterseizoen officieel pas om 11:00 uur open, maar je kunt zonder problemen al eerder op eigen houtje het openluchtterrein verkennen. 

Het museum verdeeld in verschillende bouwstijlen uit verschillende periodes. Zo is er het agrarische gedeelte, vertegenwoordigd door boerderijtjes zoals deze eruitzagen in de periode 1700-1850. Daarnaast is in een ander gedeelte het historische Lillehammer uit de jaren 1800-1900 nagebouwd en tenslotte tref je de typische familiewoningen uit de begin van de 20e eeuw in het derde gedeelte aan. Afgezien van een enkele wandelaar was er niemand op het hele terrein te bekennen en leek het soms net alsof ik terug in de tijd was beland. Toen het ook nog mistig werd was het feest compleet en waande ik mezelf even in winterse fantasiewereld.

Het zonnetje breekt door in Maihaugen
Boeren schuren in de mist
Een oud boerenerf, Maihaugen

Høvringen

Om niet te laat op mijn volgende bestemming aan te komen, verliet ik Lillehammer rond het middaguur. Ik vervolgde mijn reis op de E6 in de directie van Trondheim naar het noorden. De zon liet zich vandaag goed zien en ik was blij dat ik mijn zonnebril bij me had. Zoals de meeste wegen in Noorwegen leidde ook deze weg door een dal en kronkelde er parallel aan de weg een rivier waarvan sommige stukken nog bevroren waren, maar je vaak ook ijsvrije plekken tegenkwam. De lente was voorzichtig maar onmiskenbaar al gearriveerd. De autonavigatie gaf aan dat ik de volgende afslag moest nemen. Høvringen wordt beschouwd als het belangrijkste plaatsje met directe verbinding tot Rondane, het oudste Nationale Park van Noorwegen. Net als Nordseter bij Lillehammer is Høvringen een populaire wintersportlocatie die in het winterseizoen met name door cross-country skiërs wordt bezocht. Daarnaast dient het in de zomer als een populaire uitvalsbasis voor wandelaars die Rondane te voet willen ontdekken.

Putten Seter
De weg naar Putten Seter is niet aan te duiden als een A, B en zelfs niet als C-weg. Als je geluk hebt zijn de bandensporen goed te zien in het besneeuwde wegdek. Goede winterbanden of liever nog, spikes, zijn in dit deel van Noorwegen sowieso aan te raden. Aan het einde van de weg verschenen er een aantal keurig uitziende blokhutten en las ik ‘Putten Seter’ op een uit hout gekerfd bord. Deze afgelegen overnachtingsaccommodatie bestaat uit meerdere individuele blokhutten en is voorzien van een basic maar erg knus uitziend restaurant, waar naast gedineerd ook geluncht en ontbeten kan worden. Het word gerund door de Hans en zijn familie, die zelf in de naastgelegen bergboerderij wonen. Hans is een zeer enthousiaste en erg vriendelijke man van (ik schat) over de 75. Tijdens het avondeten raadde hij mij aan om de volgende ochtend naar Formocampen, een nabijgelegen bergtop te wandelen. Daar zou ik toch zeker mooie foto’s moeten kunnen maken. ‘En dan kun je mooi met de slee weer naar beneden’ stelde hij voor. Dat klonk eerlijk gezegd een beetje grappig, maar Hans was blijkbaar doodserieus en vertrok geen spier. Hij stelde voor dat ik ’s ochtends vroeg het eerste stuk met de snowcat die de langlauf routes prepareerde kon meeliften zodat ik aan de voet van top kon worden afgezet. ‘Daarna was het slechts nog een klein eindje naar boven hiken’ verzekerde hij.

Formocampen
Zo gezegd zo gedaan. Nadat ik de volgende ochtend afscheid had genomen van de snowcat chauffeur, zette ik de slee die ik van Hans had meegekregen rechtop in de sneeuw en vervolgde ik mijn weg omhoog, naar de top van Formocampen. Het was behoorlijk een pittig klimmetje. De aangevroren toplaag van de sneeuw zorgde dat ik bij elke stap iets door de sneeuw zakte. Maar na flink wat inspanning kwam de top na 20 minuutjes in zicht. Op de top werd pas goed waarneembaar hoe hard het eigenlijk waaide. Een heel verschil met pakweg 100 meter lager, waar het toch nagenoeg windstil was! Toen door het wolkendek een mager zonnetje verscheen, werd het uitzicht goed zichtbaar. En wat voor een uitzicht! In het Noorden waren de glooiende toppen van Rondane goed te zien. In de andere directie zag je in de verte, maar erg duidelijk de ruigere toppen van Jotunheimen. Daar liggen de hoogste bergen van Noorwegen, wist ik me te herinneren. Nadat ik ongeveer een anderhalf uurtje had gefotografeerd/ getimelapsed en gefilmd, besloot ik weer terug te keren naar Putten Seter. Op een iets vlakker stuk van de afdaling durfde ik voor het eerst op de slee te gaan zitten en vond ik het eigenlijk zo leuk dat ik het hele stuk naar beneden niet meer ben afgestapt.

Uitzicht vanaf Formocampen
Uitzicht vanaf Formocampen

Smuksjøseter
Ik had afgesproken met Pål Eirik. En locale ondernemer en eigenaar van berghotel en -restaurant Smuksjøseter. Gelegen aan de rand, of eigenlijk over de rand van National Park Rondane, is Smuksjøseter al jaren een begrip in dit deel van Noorwegen. Ingeklemd tussen een meer en een rotswand is dit in de zomer letterlijk ‘the end of the road’. In de winter is het echter nog geïsoleerder en ben je aangewezen op ski’s, snowshoes of als je geluk hebt op de vintage snowcat uit 1966 (!) van Pål Eirik. Een overnachting in Smuksjøseter is al een beleving opzich. Omringd door de woeste natuur van Rondane heerst er een aangename rust. Het is heerlijk eten in het restaurant (Ik had rendier biefstuk met rode kool en aardappelpuréé) en is het na het diner tijd genieten de loungehoek. Moe maar voldaan dook ik die avond op tijd het bed in. 

De volgende ochtend ging het wekkertje om 6 uur en was het buiten nog flink donker. Met hulp van een attente gastvrouw was er nog even tijd voor een snelle kop koffie alvorens ik aanstalten maakte om naar buiten te gaan. Het kleurde inmiddels al iets paars in de lucht. Dat beloofde een mooie zonsopkomst! Net toen ik mijn statief wilde neerzetten om het hotel te kunnen fotograferen, schoot in mijn ooghoek er iets razendsnel de weg over. Nieuwsgierig bleef hij op veilige afstand staan om te om rustig te observeren. Een vos! Zoals zo vaak had ik geen telezoom objectief op de camera bevestigd. Ik graaide daarom zo snel mogelijk mijn 100-400 objectief uit mijn rugtas. De vos  liep inmiddels al richting de bergwand. Ik was nét op tijd om een paar sterk onderbelichte en volledig onbruikbare foto’s te maken. Die dag viel het weer een beetje tegen. Ik reed door eindeloze dennenbossen zonder ook maar iemand tegen te komen. De muziek van mijn juist geupdate spotify -lijstje galmde uit de autospeakers. Het was een fijne dag, daar in het verre Oosten van Noorwegen.

Smuksjøseter fjellstue
De 'weg' naar Smuksjøseter
De snowcat uit 1966

Lom
Ik hoopte voor zonsondergang in het plaatsje Lom te zijn zodat ik mijn verzameling ‘staafkerken in Noorwegen’ kon uitbreiden. In Lom staat namelijk een prachtig exemplaar die dateert uit de 12e (!) eeuw. De kerk is gebouwd op een verhoging die uitkijkt over de rivier de Otta. Wat direct opviel is dat er in Lom nagenoeg geen sneeuw meer lag. Dit zou ongetwijfeld komen door de westelijke ligging t.o.v. het ongeveer 60 km meer landinwaarts gelegen Høvringen. Afgezien van een groepje Duitse (kenteken) zakenmannen (gezien hun kleding) waren ook bij de staafkerk geen andere toeristen te bekennen en had ik toen ook de Duitse collega’s vertrokken het rijk compleet voor mij alleen. Het was een erg goeie en onstuimige zonsondergang die naar mijn smaak goed aansloot bij het landschap. Na een uurtje te hebben gefotografeerd dacht ik voldoende foto’s te hebben en keerde ik terug naar Høvringen. Ik wist dat ik de nacht zou door brengen op een hele bijzondere plek.

De staafkerk van Lom tijdens zonsondergang

Arctic Dome
Ik had met Pål Eirik afgesproken dat hij me op de parkeerplaats in Høvringen zou oppikken met de inmiddels bekende snowcat. Het plan was namelijk dat ik zou overnachten in de Arctic Dome die niet met de auto bereikbaar was. Het was een concept die Pål Eirik nog niet zo lang geleden had geïntroduceerd. Het beloofde een bijzondere nacht te gaan worden. Toen ik de tent openritste, kon ik een een kleine glimlach niet onderdrukken. Alles was tot in de puntjes geregeld. Een luxe tweepersoonsbed met een rendiervachtje, wat sfeervolle lampjes en een benzinekacheltje dat al volop aan het branden was zodat de tent al mooi verwarmd was. Op het bijzettafeltje stond ter verwelkoming een lokaal ambachtelijk biertje voor mij klaar. Hulde! Ik hoopte die avond op een vleugje Noorderlicht, maar dit bleek tevergeefs. Toch haastte ik me naar buiten toen ik merkte dat het wolkendek zich opende, en er een fantastische sterrenhemel zichtbaar werd.

 

Dombås

Aan alle mooie dingen komt een eind, dus ook aan mijn onvergetelijke overnachting in de Arctic Dome. Ik stapte die ochtend al vroeg in de auto en vertrok noordwaarts richting het plaatsje Dombås. Vanwege de centrale ligging tussen de Nationale parken Dovre, Dovrefjell en Rondane, is Dombås een populaire plek voor de toeristen te noemen en zijn er in het plaatsje een aantal hotels en horecavoorzieningen te vinden. Ik had afgesproken met Ole Johan, een lokale gids die me een aantal mooie plekken in de buurt zou laten zien. We hadden afgesproken om samen een ontbijtje te nemen bij Toftemo Turiststasjon, een camping/ herberg waar ik tevens de nacht zou doorbrengen. Na onze kennismaking en een paar bakken koffie met een portie roerei vonden we tijd worden om in actie te komen en besloten we naar de rivier de Jora te rijden. De Jora stroomt iets ten Noorden van Dombås en is een heuse canyon. In de zomer worden op deze bergrivier volop wateractiviteiten verricht zoals kanovaren of raften. Maar in de winter is de kans vrij groot dat de rivier helemaal, of tenminste grotendeels dichtvriest. Omdat dit haast letterlijk z’n achtertuin is, kent Ole Johan dit terrein op z’n duimpje. Hij runt een bedrijfje dat outdoor activiteiten organiseert. Zo kun je onder leiding van Ole Johan, net als ik die betreffende dag, een snowshoe- tocht over de bevroren Jora maken. In het begin is het best een beetje spannend als je bedenkt dat je eigenlijk over een woeste bergrivier heen wandelt. Op veel plekken vind je grote gaten in het ijs en kijk je rechtstreeks op het meest heldere bergwater dat je je kunt voorstellen. Na een dikke kilometer hiken komt de oude stenen brug in zicht; Een prachtige spoorbrug (nog steeds in gebruik) die over de canyon is gebouwd.

Het kraakheldere water van de Jora
De oude stenen brug over de Jora rivier

 

Elanden
Na al dit moois gezien te hebben stelde Ole Johan voor dat we de volgende ochtend zouden proberen om wat elanden te spotten. Hij wist er de perfecte plekjes voor, beweerde hij. De volgende ochtend gingen we met één auto op pad. Direct achter het hotel lag een goed begaanbaar landweggetje die deels door de bossen, deels door de weilanden liep. ‘Op dit tijdstip zitten ze vaak nog in de weilanden naar voedsel te zoeken, en kun je ze makkelijk tegenkomen’ zei Ole Johan. Het duurde niet lang of het was al raak. In het bos langs de bijrijderskant van de weg zat een klein mannetjes eland (De mannetjes hebben witte achterpoten) ons rustig aan te staren. Rustig opende ik mijn raampje en schoot snel een paar foto’s. ‘Die zijn alvast binnen’, dacht ik. Later zouden we welgeteld nog 8 andere elanden spotten!

De eerste eland van de reis

Dovrefjell

Op donderdag zou de dag van het pièce de résistance moeten gaan worden. De hele dag stond in het teken van misschien wel het meest tot de verbeelding sprekende dier van Noorwegen; De Muskusos. De Muskusos is nauw verwant aan de geit en de gems, maar toont eigenlijk meer fysieke overeenkomsten met runderen. Van oorsprong komen ze voor in de poolgebieden van Canada, Alaska, Groenland, Scandinavië en Siberië. Door de jacht nam de populatie door de jaren heen sterk af en leefden de dieren op een bepaald moment alleen nog in Groenland en Canada. In 1940 werden ze geherintroduceerd in Dovrefjell, dat al eerder als natuurlijk leefgebied van de dieren fungeerde. Tegenwoordig bestaat de populatie muskusossen in Dovrefjell uit ongeveer 250 dieren en lopen ze vrij rond in het 1.693 km² grote natuurgebied. 
Dovrefjell is tijdens het zomerseizoen een graag bezochte wandelbestemming voor toeristen uit binnen- en buitenland. Tijdens de winter zijn de paden veel slechter begaanbaar en kan het er ijzig koud worden. Hierdoor zijn er tijdens dit seizoen dan ook maar weinig mensen te bekennen. 

Het zou mijn gids, Marcel, zijn laatste opdracht worden. Na 8 jaar in Noorwegen te hebben gewoond, zou hij samen met zijn gezien weer naar Duitsland terugkeren. We zaten achter een bak koffie bij Furuhaugli,  Een bergrestaurant en -herberg die tevens professioneel begeleide wandeltochten naar de mukusossen aanbiedt. ‘Laten we er een gedenkwaardige tocht van maken’ zei hij opgewekt. Hij zette even later zijn auto langs de kant van de weg en haalde een verrekijker uit het dashboardkastje tevoorschijn en richtte hem naar de bergen. ‘Het is ongeveer 3 uurtjes lopen’. Ondanks dat ik niet direct bewegends kon ontdekken, geloofde ik hem meteen. De eerste stappen met de inmiddels vertrouwde snowshoes gingen voortvarend. ‘Als we straks voorbij de bomengrens komen, wordt het iets lastiger’, riep Marcel. Hij loog niet. De wind klapte zijwaarts vol tegen ons in en we werden haast gezandstraald door de stuivende sneeuw die met een rotgang over de bergflank waaide. Ik moet eerlijk bekennen dat ik behoorlijk onder de indruk was. Dit waren toch weersomstandigheden die ik niet bepaald gewend was. Hoewel de snowshoe een goeie grip bood was het bij iedere stap toch oppassen geblazen; De helling was door bevriezing namelijk spekglad. Na enkele keren zitten en schuilen achter een rotspartij, kwamen we dichter en dichter bij de bergrug waarachter de muskusossen zich zouden moeten begeven. Er was op het allerlaatste moment nog een verradelijk klimmetje voor nodig, maar toen zagen we ze dan ook  eindelijk staan! Een groepje van pakweg 6 dieren trotseerde stoïcijns de elementen. De lange haren van hun wintervacht dansten wild op en neer. Wat een waanzinnig aanzicht! Marcel wees erop dat we het mannetje extra goed in de gaten moesten houden. ‘Ze zijn hoogstwaarschijnlijk wel mensen gewend, maar je weet het nooit.’ Toen we achter deze 6 muskusossen een tweede groepje ontdekten, was het feest compleet. We telden nu maarliefst 20 dieren. Na een uurtje te hebben gefotografeerd vond ik het welletjes. Ik had het erg koud en ik schatte dat ik voldoende beelden had geschoten. De weg terug ging als vanzelf. Er was toch wel sprake van een bepaalde euforische stemming en ik was ook opgelucht dat we de dieren überhaupt hadden gevonden. Die avond zag ik voor de tweede keer in mijn leven het noorderlicht.

Face-to-face met een jonge muskusos
De kudde muskusossen
Nog ééntje dan
Gouden zonsondergang in Dovrefjell
Noorderlicht in Dovrefjell

Røros

Geheel in contrast met gisteren stond er vandaag een bestemming van een hele andere orde op het programma. Ik zou op de laatste dag van mijn reis namelijk naar Røros, het hoogstgelegen stadje (628m) van Noorwegen rijden. Røros is met name bekend als een oude mijnstad en telt 5610 inwoners (2019). Het centrumpje heeft met zijn volledig houten huizen een opmerkelijk uiterlijk en staat sinds 1980 zelfs op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Ook tref je er de op 3-na grootste kathedraal van Noorwegen. Dit imposante bouwwerk, daterend uit 1784, is volledig op kosten van het toenmalige mijnbedrijf gebouwd. Om je een idee te geven hoe belangrijk de rol van het mijnbedrijf voor de kerk was, kun je een mijnwerkersembleem op de buitenzijde van de toren zien. Ook zijn er veel schilderijen van voormalige directeuren binnenin de kerk te zien.
Omdat de zonsondergang al bezig was, haastte ik me met camera onder de arm naar het hoger gelegen gedeelte van het stadje. Je had hier een mooi uitzicht over de besneeuwde daken van Røros. Helaas verdween de zon, iets sneller dan ik had gehoopt, achter een grote wolk, en was het licht verdwenen. Ik nam mijn verlies en bedacht dat het een mooi moment was om een restaurantje op te zoeken. Na een prima hamburger was het energieniveau weer voldoende op pijl en besloot ik een extra rondje te wandelen door de inmiddels donkergeworden pittoreske straatjes van Røros. ’s Avonds was het eigenlijk nog mooier dan overdag. Het uiterlijk van het oude stadje in combinatie met het flinke pak sneeuw deed vermoeden dat je op een filmset was beland.

Het was een waardig afscheid van Noorwegen. Morgen zou ik weer naar Oslo rijden om daar het vliegtuig naar huis te nemen. Ik had 4 bijna volle SD kaartjes met herinneringen in de tas en heb een verrassend deel van het land waar het natuurschoon de boventoon voert ontdekt. Wat een fantastisch land is het toch.

Doorkijkje naar de kerk
De kerkgjata, nog net voor zonsondergang
Binnen in de kerk vanaf het koninklijke balkon
Spell- Olaveien
Sleggveien, het mooiste straatje van Røros

VINCENT CROCE PHOTOGRAPHY
KvK: 67359426
BTW NR: NL137400032B01
IBAN: NL63 RABO 0314 3516 71
BIC: RABONL2U

+31 (0)6 241 233 23
vincecroce@gmail.com

Download Premium WordPress Themes Free
Free Download WordPress Themes
Download Premium WordPress Themes Free
Download Nulled WordPress Themes
udemy course download free
download mobile firmware
Download Nulled WordPress Themes
download udemy paid course for free