Reisfotografie

Hiken in de Zwitserse Alpen

Zwitserland is waanzinnig. In elk opzicht een waar paradijs voor de natuurliefhebber. Geen semi- door mensen gecreëerde natuur- zoals we deze in Nederland eigenlijk alleen maar kennen. Nee. Zwitserland beschikt over echte, 3-dimensionale natuur. Letterlijk. 

Video afspelen

Dag 1: Pilatus

Het blijft voor veel Nederlanders een typisch gevoel. Het eerste aanzicht van de machtige bergtoppen van de Alpen die ongeveer halverwege Beieren aan de horizon verschijnen. Wij, de Nederlanders, zijn die uitzichten nou eenmaal niet gewend en daarom is het iedere keer weer een opwindend moment. Omdat ik deze keer met het vliegtuig was afgereisd, overkwam dit mooie gevoel mij tijdens de treinreis van Zurich naar Luzern; Door het treinraam keek ik uit over een indrukwekkende bergwand waarvan de nog besneeuwde top glinsterde in het zonlicht. 

Ik was onderweg naar de berg Pilatus. Gelegen pal aan het Vierwaldstättersee torent de top van deze berg 2137 meter boven zeeniveau uit. Het is slechts een klein stukje met de bus en aansluitend een paar honderd meter lopen voordat je bij het gondelstation arriveert. Voor een doordeweekse dag was het best druk. Veelal Chinese toeristen combineerden een gondelrit naar de top met een verblijf in de stad Luzern. Toen de gondel boven de boomtoppen uitsteeg, werd het Vierwaldstättersee meteen goed zichtbaar. Het was een imposant uitzicht. Bij station Fräckmuntegg werd het sein gegeven om over te stappen naar de Dragonride. Dit was een commercieel handige naam die was gekozen voor de grotere gondel die de laatste etappe van de rit naar de top van Pilatus voor zijn rekening nam. In een bijna verticale stijging werd vervolgde ik mijn weg naar boven.

Bovenop de berg was het gezellig druk. Op een vol panoramaterras genoten dagjesmensen in outdoorkleding van hun cappuccino met appelgebak. In klederdracht gehulde blazers bliezen tot bewondering van de Chinese toeristen op hun Alpenhoornen. Er was een hoog selfiestick- gehalte. Het Pilatus Kulm hotel kende ik nog van mijn vorige bezoek, in december 2017. Ik wist van de vorige keer dat na de laatste gondelrit het rustiger zou worden op de berg. Mijn bagage liet ik achter bij de receptie en ik trok mijn bergschoenen aan om ‘de buurt’ te verkennen. Omdat het nog vroeg op de dag was besloot ik om eerst eens te scouten zodat ik later precies zou weten waar ik de zonsondergang het beste kon fotograferen. Pilatus heeft een aantal leuke wandelroutes met verschillende moeilijkheidsniveaus. De meest bijzondere is misschien wel de drakenweg; een uit bergrots gehakte tunnel met doorkijkjes op de Klimsenkapelle die gebouwd op een klif en een indrukwekkend uitzicht biedt op Luzern. Ik was benieuwd naar de Tomlishorn. Deze bergtop ligt op 45 minuutjes hiken van Pilatus in Oostelijke richting en is daarmee dus direct een goede locatie om de zonsondergang te aanschouwen. Onderweg naar de Tomlishorn werd ik verwelkomt door een paar nieuwsgierige alpenkauwen. Deze kraaiachtige vogels staan bekend als zeer tamme dieren en zijn met grote getalen vertegenwoordigd in de Zwitserse Alpen. Op de top van de Tomlishorn viel de zonsondergang een klein beetje tegen. Het bleke zonnetje werd opgeslokt door een grijze lucht. Toch bleef het genieten geblazen van het magistrale uitzicht. In de verte zag ik een silhouet van een dier op een bergkam. Dit moest een steenbok zijn! Stiekem hoopte ik al dit prachtige dier tegen te kunnen komen. 

Zoals gepland zou het een erg korte nacht worden. Ik was immers van plan om de volgende ochtend de zonsopkomst mee te maken. Na een kort maar pittig klimmetje arriveerde ik bovenop één van Pilatus uitzichtpunten dat uitkeek over de Vierwaldstättersee. De plek was direct op het Oosten gericht, dus perfect voor zonsopkomst. Ik besloot hier voorlopig even te blijven en zette mijn statief op om een timelapse te maken. Toen de zonestralen zich een weg door het wolkendek baande, kleurde het water van het Vierwaldstättersee intens goud. Het bleek een schot in de roos.

Zonsopkomstfoto's vanaf Mt Pilatus
De Klimsenkapelle kijkt uit over Luzern
De koning van Pilatus
Uitzicht op de Matthorn (met kruis) en Titlis (achtergrond) vanaf het panoramaterras van Pilatus

Dag 2 en 3: Davos Klosters

Na een heerlijk ontbijtje in het Pilatus Kulm hotel was ik nog op tijd om de eerste gondel naar beneden te kunnen nemen. Vandaag zou voornamelijk in het teken van reizen staan. Het bergstadje Davos, gelegen in het kanton Graubünden, zou de reisbestemming van deze dag zijn. In Luzern was het vandaag volop korte-broeken weer. Het zonlicht glinsterde op het kraakheldere water van het Vierwaldstättersee dat tegen de kade van de binnenhaven klotste. Het was haast jammer om de reis voort te moeten zetten. 

Het is geen straf om in Zwitserland met de trein te reizen. Er is een uitgestrekt netwerk van spoorbanen en treinstations zodat je in principe zonder auto op veel plekken kunt komen. De meeste treinen zijn uitgerust met stopcontacten en gratis WIFI zodat het tevens een goede plek is om je laptop en telefoon op te laden. Maar het allermooist aan de Zwitserse treinen blijven de uitzichten. Het is en blijft een waar genot om vanuit het treinraam naar de schoonheid van het Zwitserse landschap te kijken. Ik maakte tijdens mijn reis gebruik van de Swiss Travel Pass. Een meerdaagse treinkaart die je toegang geeft tot alle ‘normale’ treinen en bussen en bovendien korting op veel bergtreinen en gondels. Alle OV- connecties en reistijden zijn heel handig terug te vinden in de SBB app. Als je van plan bent om door Zwitserland rond te trekken, zou ik deze manier van reizen echt aan willen raden!

In Davos werd ik opgewacht en verwelkomt door een medewerker van Switzerland Tourism. In het Hard Rock Hotel was een bijeenkomst voor bloggers en fotografen uit verschillende landen georganiseerd waarvan ikzelf ook tot de genodigden behoorde. Na kennis te hebben gemaakt met de collega deelnemers en organisatoren, werden er groepen gemaakt die ieder een verschillend thema zouden gaan behandelen. Zoals ik al wist zat ik in de ‘hiking group’ en zou voornamelijk de mooie landschappen en Zwitserse natuur gaan promoten. Na een waanzinnige hambuger en een paar lokale biertje besloot ik mijn bed maar eens op te zoeken. De volgende dag ging het wekkertje heel vroeg omdat ik (niet geheel verrassend, ik weet het) de zonsopkomst wilde meemaken. De rest van de groep had hetzelfde plan zodat we met een taxibusje vol richting Davoser See reden. Het was er behoorlijk mistig en er stond een stevig windje. Het was een mooi mysterieus aanzicht om de mistflarden door de dennenbomen te zien bewegen. Na deze goeie start van de dag keerden we terug naar het hotel en werden er de nodige koffie en croissants genuttigd. Even later trokken we per bus en later met skilift naar de Rinerhorn, een berg even ten zuiden van Davos. Vanuit deze plek zouden we onze hike beginnen. Ook helemaal niet zwaar, zo bleek het, omdat we eigenlijk alleen maar bergafwaarts hoefden. Het wandelpad bood met regelmaat mooie uitzichten op het lager gelegen dal waarin Davos zich begaf. Door de regenval van de laatste dagen in combinatie met het smeltwater van de hoger gelegen berggebieden was er sprake van een overvloed aan kleine watervalletjes en bergriviertjes die zich een weg naar het dal baanden. Na een uurtje of 2 bereikten we eindstation Sertig Dörfli, een piepklein idyllisch bergdorpje, omringd door met bloemen begroeide weilanden die aan alle kanten waren omringd door indrukwekkende bergtoppen, sommigen nog met sneeuw bedekt. Na een korte wandeling vanuit het dorpje arriveerde de groep bij het hoogtepunt van de vallei; de Ducanfall; een aaneenschakeling van 3 individuele watervallen. Met zijn overheelijke Kapuns (een typisch gerecht uit Graubünden) was de lunch bij restaurant Bergfuhrer een tweede hoogtepunt van Sertig Dörfli. 

Dat de groep fanatiek was, bleek wel uit het feit dat ondanks de lange dag iedereen stond te popelen om ’s avonds ook nog even de zonsondergang te fotograferen. Onzegids raadde aan om naar de Fluëla Pass te rijden. Deze gaf namelijk een goed uitzicht op het Oosten. Onderweg keken we al verlekkerd naar buiten; de regenwolken leken plaats te maken voor intense zonnestralen. Toen we bij de Flüela Pass arriveerden, sprintten we met volle camerabepakking naar een heuveltje dat uitzicht gaf op de spectaculaire lucht. Het was mooi om te zien hoe iedereen buiten adem zijn statief uitklapte om het ‘moneyshot’ te kunnen maken. 

De volgende ochtend besloot ik om in in mijn eentje een klein ommetje naar Schatzalp te maken. Het wandelpad naar boven begon praktisch naast het hotel. Schatzalp is een andere berg naast Davos die een prachtig uitzicht op het stadje bied. Normaal gesproken kun je de trein omhoog pakken, maar ik was natuurlijk te vroeg, dus moest het te voet doen. Laten we het erop houden dat het waanzinnig goede ochtendgymnastiek was. Boven op Schatzalp zag ik hoe de eerste zonnestralen Davos raakten. In de verte hoorde ik de doffe klanken van koeienbellen. Het was mooi die ochtend daarboven in de bergen. 

De Ducanfalle bij Sertig Dörfli
Intense lucht bij Flüela Pass
Intense lucht bij Flüela Pass

Dag 4 en 5: Engadin

Terug bij het hotel was het tijd voor een briefing van de volgende bestemming van de groep. De regio Engadin was onze gastheer en zou onze groep de komende 2 dagen huisvesten. De powerpoint presentatie was veelbelovend en zorgde ervoor dat iedereen tot het bot gemotiveerd was om de reis voort te mogen zetten. Even later stonden we op het station van Davos te wachten op een wel heel bijzondere trein. In 2 antieke treinstellen waren tafels ingedekt met tafellinnen, servies en wijnglazen. De lunch werd aan boord van de trein geserveerd door de treinconducteurs. Of bedieningsmedewerkers. Het was goed toeven, onderweg naar Engadin. De gedroogde bergham met de witte wijn vielen goed en voor we het wisten waren we gearriveerd in Scuol. Scuol was omringd door serieuze bergtoppen van 2500 meter of meer. Dominik, onze gids woonde in Scuol en vertelde ons dat we nog 10 minuten met de bus moesten voordat we bij ons volgende hotel zouden zijn.  Hotel Chasté lag in het naastgelegen bergdorpje Tarasp. Vanuit Scuol zie je het indrukwekkende Kasteel Tarasp in de verte al liggen. Deze op een rots gebouwde middeleeuwse burcht torent hoog boven de vallei uit en is het middelpunt van het gelijknamige dopje. Ik had het kasteel van te voren al gegoogled, maar niet gedacht dat deze er zo indrukwekkend uit zou zien! Ik heb volgens mij nog nooit zo’n prachtig gelegen kasteel gezien. Misschien Neuschwanstein in Zuid- Duitsland, maar die is in tegenstelling tot Kasteel Tarasp wereldberoemd. Hotel Chasté is alles wat je zoekt in een traditioneel Zwitsers hotel; het interieur is geheel met hout afgewerkt en doet gezellig en knus aan. De keuken van het restaurant bleek werkelijk fantastisch te zijn. Alleen de beste streekproducten worden hier gebruikt. Voor de avond raadde Dominik aan om in de buurt van het kasteel te blijven. “Het is hier prachtig tijdens zonsondergang!” ,beweerde hij overtuigend. Het bleek niet gelogen. Het kasteel ligt precies in het midden van de vallei, gesitueerd voor een aantal besneeuwde bergtoppen. De zon zou haast recht achter het kasteel ondergaan. Perfect. 

De volgende ochtend trok de groep net ietsje verder het wandelpad op, richting de bosrand de berg op. Hier zou het Lai Nair moeten liggen; een verscholen bergvennetje op steenworp afstand van Tarasp. Achteraf bleek dit de mooiste ochtend van de trip te zijn. Iedereen ging enthousiast op zoek naar een plekje om te fotograferen. Er hing een bescheiden laag mist boven het water. De lucht achter de bergtoppen begon te gloeien. Dit zou weleens heel goed uit kunnen pakken! Toen het zonnetje boven de de bergen uitkwam, werd de mist dikker en kleurde deze voor een aantal minuten goudgeel. Het was een prachtig natuurlijk schouwspel. 

Die dag zouden we in Zuidoostelijke richting naar het Zwitsers Nationale Park afreizen. Dit bijzondere stukje Graubünden is gek genoeg het enige Nationale park dat Zwitserland rijk is. Het is een uitgestrekt gebied waar de natuur nog echt z’n gang kan gaan. Bomen worden in principe niet gekapt en dieren krijgen hier alle ruimte. Op een paar wandelroutes na is het verder verboden om je dieper in het park te begeven. Toen Hans, de plaatselijke gids en boswachter zijn fototas opende, bleek dat hij de grootse cameralens van ons allemaal bij zich had. Een klein beetje geïntimideerd door zijn luxe camera uitrusting volgden we Hans stilzwijgend het bos in. Het was warm vandaag. “Ongewoon droog dit jaar” zei Hans bezorgd. Het wandelpad liep parallel met een kolkende bergrivier. In een bocht werd het water iets rustiger en vulden we onze drinkflessen. Het water was ijskoud wat duidde op smeltwater. Hans verbaasde ons een beetje toen hij vertelde dat hier 2 weken geleden nog een halve meter sneeuw lag. Na behoorlijk wat hoogtemeters in de brandende zon kwamen we bij een open grasvlakte die vol zat met hollen. “Marmotten” wist Hans. “Waarschijnlijk ga je ze niet zien omdat ze een hekel hebben aan deze hitte” Na een slordige 15 kilometer hiken kwamen we aan bij de bushalte die ons terug naar Tarasp zou brengen.

Die avond bracht Dominik mij en Julia, een fotograaf uit Finland ons naar Ftan. Ftan lag nog eens 200 mete hoger dan Tarasp. Dominik wist precies waar we een mooie zonsondergang foto konden maken. Op een landweggetje net buiten het dorp zette hij zijn auto langs de kant. Toen we uitstapten zagen we dat hij er niets van gelogen had. Het dorpje (kerktoren inbegrepen) was een tot de verbeelding sprekend aanzicht die zo op een Zwitserse ansichtkaart kon. Helaas trok de lucht die avond helemaal dicht en bleef een spectaculaire zonsondergang uit. De wilde weidebloemen in de voorgrond maakten toch nog dat het een mooie foto werd.

Uitzicht op Scuol vanaf Tarasp
's Ochtends bij Lai Nair (Tarasp)
's Ochtends bij Lai Nair (Tarasp)
Schloss Tarasp tijdens zonsondergang
Ftan

Dag 6: Exclusieve rondvlucht boven de Alpen

Aan alle mooie dingen komt een eind en zo ook aan mijn verblijf in één van mijn favoriete landen. Als klapper op de vuurpijl stond er op de laatste dag nog een mooie traktatie op het programma. Onderweg terug naar Zurich vermaakte de groep zich met het uitwisselen van elkaars foto’s en werd er lustig op los gekletst. Het was een gezellige bende. Voor we het wisten arriveerde de trein op Zurich Flughafen. Een dame van Swiss Tourism wachtte ons op en begeleidde ons naar een check-in balie. Toen iedereen was ingecheckt werden we naar een hangar op een normaal gesproken niet toegankelijk deel van het vliegveld geleid. Ik kreeg een glaasje (alcoholvrije) bubbels aangereikt en er ging schalen met hippe vega hapjes rond. Iedereen werd onthaald als VIPs! Na een tijdje werden we door de directeurvan Swissair uitgenodigd om aan boord te stappen van het vliegtuig dat op ons stond te wachten. Iedereen had zijn eigen raamstoel zodat niemand iets hoefde te missen. Het adrenalinepijl steeg toen de eerste bergtoppen zichtbaar werden. Op een kilometer of 6 vlogen we boven de Zwitserse Alpen. Het was bewolk. Misschien wel een tegenvaller omdat niet zeker was of we alles goed te zien kregen. Boven het Montblanc massief bij de Franse grens  zagen we nagenoeg niets. “We gaan even bij de Matterhorn kijken” klonk het door de intercom. Hopelijk dan toch een kleine opklaring! We zagen tot onze opluchting dat er gaten in het wolkendek ontstonden. Berglandschappen flitsten onder ons door. “Links Matterhorn” vertelde de piloot. Iedereen schoot tegelijk naar de linkerzijde van het vliegtuig in de hoop die ene plaat te kunnen schieten. Ik zag de spitse top van ’s werelds meest fotogenieke berg door de wolken heen steken. Wat een surrealistisch uitzicht! Het kippenvel sloeg me op de armen. Het was lastig fotograferen door het plexiglas en tegenhet reflecterende licht in. Met de camera in sportstand schoot ik zoveel ik kon in de hoop dat er tenminste eentje zou lukken. Op de terugvlucht herkende ik het Vierwaldstättersee met Pilatus in de achtergrond. Hier was ik de week begonnen! Een intense gloed onder het wolkendek kleurde Luzern en het meer goud. Het was een waanzinnige toegift van deze mooie reis.

De Weisshorn (links) en de Matterhorn (rechts) vanuit te vliegtuig gezien
De Vierwaldstättersee vanuit het vliegtuig gezien
Foto door Julia Kivelä